Het licht valt al vroeg tussen de bomen door, de bladeren kleuren geel en rood en bij iedere bocht ziet het pad er weer anders uit. Hardlopen in het bos in de herfst heeft iets bijzonders. Je gebruikelijke rondje krijgt een ander decor en misschien merk je dat je vaker om je heen kijkt dan op je Apple Watch.
Geef daar gerust aan toe. Je hoeft niet iedere run sneller te zijn of verder te komen. Soms wil je werken aan een prestatie, een andere keer wil je vooral lekker bewegen en genieten van waar je bent. Allebei mogen ze een plek hebben in jouw hardloopritme.

Wanneer je gewend bent om je trainingen op afstand en tempo te beoordelen, neem je die gewoonte gemakkelijk mee het bos in. Toch kun je vooraf ook iets anders met jezelf afspreken: vandaag loop je een rondje waarbij de omgeving minstens zo belangrijk is als de eindtijd, of gewoon een keer nog wat belangrijker.
Kies bijvoorbeeld een bekende route die er in de herfst heel anders uitziet. Een breed bospad met gekleurde bomen, een open plek waar de zon even doorbreekt of een rustig stuk langs het water. Je hoeft daarvoor geen lange tocht te plannen of de smalste paadjes op te zoeken.
Wil je onderweg even stilstaan om te kijken of een foto te maken? Doe dat dan op een plek waar je stevig staat en anderen kunt laten passeren. Zo geef je jezelf de ruimte om iets van je omgeving mee te krijgen.

Al die bladeren maken het bos mooi, maar ze kunnen ook verbergen wat eronder ligt. Een wortel, een steen of een kuil valt minder op wanneer het pad bedekt is. Natte bladeren, modder en boomwortels kunnen bovendien glad zijn.
Laat je tempo daarom meebewegen met het terrein. Op een breed, overzichtelijk pad loop je misschien gemakkelijk door, terwijl een smaller of ruiger stuk meer aandacht vraagt. Neem daar gas terug en wandel gerust als je niet goed kunt zien waar je je voeten neerzet.
Dat betekent ook dat je gemiddelde tempo anders kan uitvallen dan op je vertrouwde asfaltrondje. Daar hoef je niets voor te compenseren. Je kiest bewust voor aandacht voor het pad en ruimte om van het bos te genieten.
Plan je rondje bij voorkeur bij daglicht en controleer vooraf het weer en eventuele meldingen van de terreinbeheerder. Bij storm of een afgesloten route kies je een ander moment of een andere plek.

In de zon kan het tijdens het lopen al snel warm aanvoelen. Schuift er een wolk voor of kom je op een open stuk waar de wind staat, dan kan het ineens een stuk frisser voelen. Kijk bij je kledingkeuze daarom verder dan alleen de temperatuur voordat je vertrekt.
Werk met lichte lagen die je kunt aanpassen. Een ademend shirt als basis en, afhankelijk van de omstandigheden, een extra laag of licht jack geven je meer mogelijkheden dan één dikke trui. Je hoeft niet op iedere herfstdag alle lagen aan te trekken.
Denk ook na over wat je met een uitgetrokken laag doet. Een jack dat je gemakkelijk kunt meenemen is prettiger dan iets wat je de rest van je rondje in je hand moet houden. Controleer of er regen wordt verwacht en houd rekening met een eventueel wandelstuk terug naar huis of de auto.
Zo bereid je je voor op het hele rondje, inclusief de momenten waarop je minder snel beweegt.
Misschien stond er een training op het programma waarbij je op tempo wilde letten. Maar eenmaal buiten blijkt het pad natter dan verwacht, of wil je gewoon wat meer tijd nemen voor de herfstkleuren. Dan mag je jouw verwachtingen bijstellen.
Genieten van je run is net zo belangrijk als een prestatie neerzetten. Het hoeft ook geen vaste keuze te zijn. Tijdens de ene training geeft een doel je plezier, terwijl je een volgende keer liever zonder haast door het bos loopt.
Wil je zelf bepalen hoe je trainingen zijn opgebouwd? Met MyPlan in Run Trainer kun je je eigen schema’s maken. Daarmee houd je zelf de regie over de trainingsindeling. Onderweg blijf jij beoordelen welk tempo bij het pad en de omstandigheden past.
Een herfstrun hoeft niet uit te blinken in je statistieken om een rondje te zijn waar je met plezier op terugkijkt. Misschien herinner je je juist het licht tussen de bomen, een nieuw stukje route of het moment waarop je even bleef staan.
Trek passende lagen aan, kies een route die bij je past en geef jezelf toestemming om rustiger te lopen. Houd aandacht voor waar je je voeten zet en neem de omgeving in je op. Die volgende prestatie mag best een andere run zijn.